19 Jaar en nog nooit van een borstrok gehoord!

Noem het woord borstrok en de tongen komen los. Vooral diegenen die voor 1950 geboren zijn hebben als kind met dat onding te maken gehad: “Het was een drama, zo prikte die’. Wat een kinderleed, maar ja, het móést, anders werd je ziek. Nu is het een vergeten kledingstuk, wat ook blijkt uit de reactie van mijn medewerkster Sofie (19 jaar): “Wat is dat, een borstrok?”

Links: borstrok uit midden vorige eeuw (museum Waelstee, Texel), geel van kleur door de met de hand gewassen wol en het vele dragen en wassen. Rechts: borstrok gebreid in 2019 van machinaal gewassen wol.
Vroeger: over het hemd en onder de blouse.

 

 

 

 

 

 

 

 

D’r tussen in
Kwam de ‘r’ in de maand, dan kwamen de gebreide borstrokken van schapenwol weer tevoorschijn. Een borstrok heet ook wel een kamizool of ‘wolletje’ en is een lang wollen hemd (lekker tot in de onderbroek), meestal zonder mouwen. De borstrok werd over een katoenen hemdje gedragen (tegen de prik) en onder het overhemd of de trui.

 

 

Fancyfair

In 1912 werd op Texel een fancyfair georganiseerd ten behoeve van het ‘Witte Kruis’ en “Texels Belang’, Texelse verenigingen met een sociaal doel.  Er waren veel prijzen te winnen zoals een pet, kersenwijn en een inktkoker. Op lotnummer 139 viel wel een heel mooie prijs: een borstrok!

 

Nog een borstrok uit Museum Waelstee met gerstekorrel steek aan de bovenkant en picotrandje.

 

 

Blokjes en picot

De bovenkant van de borstrok werd meestal gebreid in gerstekorrel steek of met blokjes van twee recht en twee averecht. Dit kostte natuurlijk wel meer breigaren, maar de borstrok was daardoor dikker en beschermde de borst en de longen beter tegen de kou. Op Texel was altijd aan schapenwol te komen, je kocht het garen dat door andere Texelaars was gesponnen of kroop zelf achter het spinnewiel.  Het gehaakte picotrandje maakte de borstrok wat sierlijker.

 

 

Glans door het wrijven met de wollen lap.

 

Van wolletje tot opwrijfdoek

En werd de borstrok na al het wassen te kort? Dan werd hij doorgegeven aan een jonger broertje of zusje. Tot slot was de borstrok zo verwassen en versleten dat hij niet meer hersteld kon worden. Dan was het een bruikbare wollen lap om de vloer te laten glimmen die net in de boenwas was gezet.

 

 

 

 

Oude borstrok: smoezelig in de oksels en op de borst door het vele dragen. Het achterpand is op een later tijdstip aangebreid en verhoogd.

Koken in een conservenblik
Kort voor zijn overlijden vertelde Niek Dros (1924-2016) mij over zijn borstrok in de Tweede Wereld Oorlog. Niek werd te werk gesteld in een conservenfabriek in Duitsland en zijn moeder had hem een fijne dikke borstrok toegestuurd tegen de kou. “Na een tijd moest ie gewassen en dat deed ik in natuurlijk een groot conservenblik op de hete kachel. Bonke, bonke, bonk deed het kokende water in het blik. De volgende morgen haalden we de plukken wol eruit, er was geen borstrok meer over.”

 

 

 

Detail van een Texelse borstrok van met de hand gesponnen wol: dan weer dik, dan weer dunner. Mogelijk gesponnen en gebreid tijdens de Tweede Wereldoorlog.

 

Schaamte
Tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw was het dragen van een borstrok heel gewoon. Daarna werd het anders. Een paar jaar geleden vertelde mevrouw Kathy Kok-Driegen over haar zoon Jan die zich bij het uitkleden voor de gymles schaamde voor zijn wollen borstrok. Stoer droeg hij na de les de borstrok óver zijn blouse, heel modern. “De klas gniffelde en meester zei: kleed je toch eens goed aan. Jan deed net of ie het niet snapte en werd daarna niet meer uitgelachen door de klas.”

 

 

Waar zie je nu nog een borstrok?

De meeste borstrokken zijn uiteindelijk weggegooid. Gelukkig heeft Museum Waelstee uit De Waal er een paar ontvangen uit Texelse boerenfamilies. In het depot van de musea Oudheidkamer en Kaap Skil zijn er ook een klein aantal terecht gekomen.

Onder oudere Texelaars leeft het woord borstrok nog steeds. Zo hoort voormalig schapenhouder Flip Breman (1944), inmiddels een man van in de zeventig jaar, als hij verkouden is zijn zus zeggen: “Flip, je moet een borstrok an”.

Rechts de ‘moderne’ borstrok van Texelse Schapenwol voor vijftig plus (eigen ontwerp).

Ik ben inmiddels vijftig plus en heb het vaak plotseling ontzettend warm: opvliegers! Hierdoor is een wollen trui met mouwen voor mij echt te warm. Gelukkig kwam de hiervoor genoemde Jan zo’n 60 jaar geleden met de oplossing: ik draag de borstrok over de jurk of blouse, als een soort spencer dus.

 

 

 

 

 

Share this article:

Facebook
WhatsApp
Email