Texelaars vertellen: pluk wol in de onderbroek

Texelaars vertellen: pluk wol in de onderbroek

Een pluk vette schapenwol zorgt voor warmte op de juiste plek. Of het nu op de huid is, binnen in de schuur of in de portemonnee. Oudere Texelaars halen herinneringen op uit de tijd dat je ‘het deed met wat je had’. Op Texel was wol altijd voorhanden.

Pluk in de onderbroek

2016 Hans: “En dan je hemd er overheen”.

Hans Boom (1942): “Mijn moeder was Naantje de Graaf (1913-1991) uit De Cocksdorp. Als dochter van een schapenboer wist zij bliksems goed wat het effect van wol was. We hadden thuis een groot gezin met twaalf kinderen en moeder werkte dag en nacht. Ze sjouwde met teilen met wasgoed en kookte enorme pannen eten. Ik hoor haar nog zeggen: O jeetje kreetje ik heb het zo in m’n rug. Van haar heb ik geleerd dat schapenwol goed kan helpen bij pijnlijke spieren in de onderrug.

Je pakt een flinke pluk, effe een beetje spreiden en dan in de onderbroek en het hemd. Dat is lekker warm en na twee dagen ben je gegarandeerd van je klachten af. Het is alleen geen gezicht, je bent net een beetje misvormd.”

 

2016 Cees-Aris in jaren zeventig breiwerk van zijn moeder Grietje Trap- Eelman 1932-2013

Cees Aris Trap (1963): “Mijn vader en moeder zijn altijd met wol bezig geweest, spinnen, breien, overal in huis lag wol. Mijn broer en ik hadden vaak rugproblemen. Net als mijn vader deden we dan ongewassen schapenwol in de broek. Je rug werd goed warm en het zweet van het werken werd ook goed opgenomen.”

Een flinke pluk in een kier.

Mevrouw Eelman-Wuis (1920): ”Natuurlijk hadden we zelf wol, mijn man Gerrit was immers schapenfokker in Oosterend. Ik ken dat wolletje op de rug wel. Mijn jongste broer had het in z’n rug en we naaiden stukken gewassen wol op een lap baai en dat ging op z’n rug.’

Geen stijve nek en geen tocht

Gemma Duin-Boekel (1950): “Uit mijn kindertijd weet ik mij nog te herinneren dat we in het gezin wol gebruikten bij een pijnlijke nek: een flinke pluk in een zijden sjaal en die erom. Ik weet ook nog dat vroeger in de stolp van Piet Kooiman (waar nu het VVV gebouw staat) de kieren in de stal waren dichtgestopt met plukken wol.

Gevulde portemonnee

Jan Bakker (1939):  “Begin jaren vijftig was de wol erg duur. Mijn vader zei dat de hoge prijzen werden veroorzaakt door de oorlog in Korea. De soldaten hadden warme kleding en dekens nodig. De kinderen van ons gezin moesten rond onze boerderij in Den Hoorn vlokjes wol – noppen noemden we die – zoeken die in het gras lagen of aan het draad langs de wei hingen. Plastic zakken waren er nog niet; we gebruikten kleine voerzakken van de schapen om ze te verzamelen.”

Wollen borsthaar en oorpijn

Achtergelaten door een schaap aan prikkeldraad.

Renske van den Tempel (1955): Een bezoeker op leeftijd van Schapenboerderij De Noordkroon vertelde mij in 2005: “Ik was een jochie en mijn vader lag op bed met een flinke bronchitis. Op zijn borst had hij eerst een laag varkensreuzel gesmeerd. Uit z’n pyjama jasje, waarvan de bovenste knoopjes open stonden, zie ik nog de dot witte schapenwol uitsteken, net alsof het borsthaar was. “

De ingepakte dot tegen oorpijn

“Mijn jongste dochter Emmie had als klein kind vaak last van oorpijn. Ik haalde een pluk vette wol van onze eigen schapen uit de schuur en legde die op een schone zakdoek. Twee knopen erop en dan met de zachte kant tegen het pijnlijke oor aanhouden. De ingepakte dot noemden wij ‘dukkie’. Geen idee waarom. Misschien was er een verband met de Donald Duck die wekelijks in de brievenbus zat.”

 

Misschien herinnert dit blog je aan een manier waarop jullie thuis een pluk wol gebruikten. Ik hoor het graag.

Renske van den Tempel

Deel dit artikel:

Facebook
WhatsApp
Email